Waarom doet regionale economie ertoe?
Ondanks dat we de afgelopen decennia steeds meer in een samenleving zijn getrokken, waar indiviualisme en zelf-focus hoogtij hebben, is de mens een sociaal wezen. We zoeken contact, willen ergens bij horen, gezien, gehoord worden, ons uit kunnen spreken. Dat stuk samenhorigheid is steeds meer afgebouwd. Kerken liepen leeg, winkels en supermarkten verdwenen uit dorpen, basisscholen werden gesloten, sportverenigingen gingen fuseren. Noem het maar op. Er bleef geen plek voor de ziel van het dorp, het stadje, de wijk. Totdat er weer steeds meer burgerinitiatieven ontstonden, die deze leegte in wisten te vullen, een plek gaven aan de behoefte om elkaar te ontmoeten, om elkaar in de eigen leefomgeving te kennen. Dan weet je ook beter, dat je elkaar kunt vertrouwen. Een fijne, warme, veilige samenleving is een groot goed. En die bouw je niet op neoclassieke economische principes, waar alles om maximale efficientie, winst en gewinaccumulatie gaat in plaats van investeren in elkaar, een kopje koffie drinken, een fijn gesprek, een hand op je schouder.
Hier komen we bij het karakter van regionale economie. Die ontstaat vanuit de samenleving, vanuit de behoefte om zaken lokaal/regionaal goed met elkaar
te verzorgen. Hier gaat het daadwerkelijk om behoefte (niet om een [kunstmatig opgeklopt] vraag en aanbod- verhaal, dat in alle complexiteit per definitie niet sluitend is).
Wat heb jij, je familie, je buren nodig? Hoe kan dat worden georganiseerd? Wat is daarvoor nodig. Meestal begint het met gewoon vriendendiensten en burenhulp. Geen geld nodig. En ook dat is een vorm van economie. Namelijk: bijzonder waardevol. Bij enig overvloed komen er kraampjes aan de
weg bij: ‘neem mee’/’ruil voor iets anders’ of een kas van vertrouwen. De natuur leeft vanuit het basisprincipe van overvloed. Er is altijd genoeg. Voor iedereen. Neoclassieke economie gaat uit van een schaarste-model, leven vanuit angst je zou tekort kunnen komen. Een kunstmatig ingebracht stelsel. Namelijk, alleen dan werkt maximalisering van winst, van een extractieve economie.
Wordt de kring, waarmee je uitruilt, waardevolle zaken uitwisselt of “echt” zaken doet groter, dan begint het handig te worden een ruilmiddel te hebben… iets wat je niet direct ‘gebruikt’, maar later voor iets anders waardevols kunt inwisselen. Dan heb je de eigenlijke functie van geld te pakken. Een waarde-vasthou-briefje. Alleen, in de neoclassieke economie is geld zelf een product geworden, alsof het vanuit zichzelf zou kunnen bestaan en waardevol zou kunnen blijven. Het fenomeen van waardeaccumulatie (sparen,
verrijken, als eigendom claimen) is eruit ontstaan. Met als gevolg ‘financiële producten’ zoals hypotheken, aandelen, dividenten, derivaten en andere ingewikkelde namen… met allemaal dezelfde claim: meer geld op 1 hoop krijgen, onttrekken aan de brede kringloop van de reële
economie (dus daar, waar échte productie plaatsvindt). Rente over alles is daarbij een cruciaal facet.
De impact op het hele systeem, die men liever niet zo nadrukkelijk benoemd, is, dat de reële economie, de samenleving aan zich steeds meer moet maken om deze oneindige geldhonger te stillen. Want alleen daar ontstaan feitelijk de waardes, die het geld (het waarde-vasthou-briefje) van waardedekking voorzien.
Dus wat doen we nu als samenleving? Een geldverslindende (financiële) bubbel alsmaar weer van waarde voorzien, zodat die bubbel niet knapt? [En als die knapt, dan moet de schade wederom vanuit de samenleving worden gedekt; niet vanuit diegene, die nu geld accumuleren.]
Wat doet een regionale economie anders? Die stapt door de manier hoe die zich opbouwt vanuit de samenleving en zich afzijdig houdt van de finainciële bubbel zo goed mogelijk uit deze duivelskring. ‘Zo veel mogelijk’ heeft met twee dingen te maken: Wetgeving geeft maar tot op zekere hoogte de ruimte, om een dergelijke ontwikkeling in te zetten en op te bouwen. En de
realiteit: een regio kan misschien wel een soort eiland zijn op deze aarde, en toch zijn we met alles en iedereen op ook andere dan ecnomische lijnen verbonden. 100% losknippen zou dus een utopie zijn. Zo lokaal mogelijk horen we nu al jaren. Vaak doen we het uit wat gemakzucht niet … de supermarkt is in zekere zin toch wel wat handiger (ook al zijn het heel veel sterk bewerkte producten) dan een fietsroute langs lokale en bio-boeren. Misschien ff wat vaker bij stilstaan, wat we er ons zelf mee aandoen. Je hebt altijd een keuze…
wordt vervolgd
image: uittreksel van de kaart van landvanwaarde.nu